Maandag 30 april stond onderstaand artikel, dat ik mede namens andere onderwijsmensen heb geschreven, in het Nederlands Dagblad.
De reacties van christenpedagogen op de dramatische uitkomst van het onderzoek over twintig jaar basisonderwijs, zijn al even ontluisterend als het onderwijs zelf. Zij kiezen er voor de werkelijkheid te negeren en zich op te sluiten in de schijnwerkelijkheid van hun onderwijsideologie.
Je zou verwachten dat de dramatische uitkomst van het onderzoek, dat afgelopen week naar buiten kwam over twintig jaar basisonderwijs, een schokgolf zou veroorzaken in onderwijsland. Enkele cijfers op een rijtje: 50 procent van de leerlingen scoort voldoende bij begrijpend lezen, grammatica en woordkennis, zo’n 40 procent weet iets van geschiedenis, 34 procent kan kaartlezen en 12 procent haalt en voldoende voor zingen. Voor onderzoeker en voormalig Citomedewerker Paul van Dam is de oorzaak van dit drama duidelijk: ‘Er is in het onderwijs vooral aandacht voor de manier waarop les wordt gegeven, maar te weinig voor het resultaat. Het moet leuk zijn.’
Maar de scholkgolf blijft vooralsnog uit. De drie onderwijsmensen die in het Nederlands Dagblad (25 april) op de uitkomsten van het onderzoek reageerden, gedragen zich als struisvogels. CHE-docent Warner Bruins constateert nonchalant dat je in ieder geval niet van iedere basisschool kunt zeggen dat leerlingen onder de maat presteren. Jammer ook dat het onderzoek zich richt op het kennisniveau. Het is leuk om te weten dat Madrid in Spanje ligt, maar je kunt het natuurlijk ook opzoeken. Basisschooldirecteur Durk de Boer ziet in zijn omgeving vooral mensen die zich helemaal op het onderwijs storten en aansluiting zoeken bij de leefwereld van het kind. Dat is uiteraard een garantie voor kwaliteit. Ook Driestardirecteur Bert Kalkman is zich van geen kwaad bewust.
Het is volgens hem maar de vraag of de dingen die Van Dam heeft gemeten (u weet het nog: lezen, grammatica, woordkennis, geschiedenis, topografie, zingen) de dingen zijn die wij belangrijk vinden. ,,Tegenwoordig gaat het niet meer om het ouderwetse leren van feiten en rijtjes, maar om het leren met begrip.’’ Kalkman wil graag de diepte in – dat kan blijkbaar ook als je niets weet en niets kunt – en vindt alle ophef maar een hype.
Zulke reacties zijn al even ontluisterend als het onderwijs zelf. Ondanks een parlementair onderzoek naar het debacle van onderwijsvernieuwingen, protesten van leerlingen en studenten (nota bene!) over gebrekkig onderwijs en een hausse van artikelen (vooral in de seculiere pers!) over het failliet van het Nieuwe Leren, blijven genoemde heren de problemen hardnekkig ontkennen en raden ons aan vooral rustig te gaan slapen.
Inderdaad, net politici maar dan erger. In Den Haag zijn ze inmiddels met een onderzoek begonnen. Het is tekenend dat noch Bruins, noch De Boer, noch Kalkman op de resultaten van het onderzoek wenst in te gaan. De drie christenpedagogen kiezen er voor de werkelijkheid te negeren en zich op te sluiten in de schijnwerkelijkheid van hun onderwijsideologie.
Terwijl normale mensen zich zorgen beginnen te maken over het niveau van het onderwijs, geven zij er blijk van deze zorgen niet te delen. Daarmee zijn ze het schoolvoorbeeld van een ‘elite’ die boven de massa is uitgestegen.
Onderwijsideologen hebben de afgelopen jaren bepaald dat kennis in onze samenleving snel veroudert. Zo is de slag bij Nieuwpoort in 1600 door de actualiteit ingehaald, is de formule a2+b2=c2 niet meer van belang en had het woord ‘boom’ 100 jaar geleden nog enige betekenis, maar nu niet meer. Gelooft u het? Zijn er geen eeuwige waarheden meer die elk kind ingescherpt moeten worden? Zijn de ideeën van Plato en de categorische imperatief van Kant achterhaald? Is Bach inwisselbaar voor Frans Bauer? Bepaalde – instrumentele – vormen van kennis veranderen snel, dat is waar. Weten hoe WordPerfect 5.0 werkte, is weinig relevant. Maar kennis van de dingen die er toe doen, verandert niet of slechts heel geleidelijk. Iedereen kan dat weten.
Al even dubieus is het adagium van onderwijsideologen dat het onderwijs dient aan te sluiten bij de beleving van het kind. Toegegeven, je kunt van kinderen niet verlangen dingen te begrijpen waar ze qua ontwikkeling niet aan toe zijn. Maar dat je kinderen niets zou mogen aanbieden wat niet bij hun belevingswereld past, is onzin. Hebben kinderen altijd zin in fruit? Nee. Moeten ze het wel eten? Ja. Op school moeten ze daarom ook dingen leren waar ze niet direct op zitten wachten, zoals topografie en zinsontleding. Je leert niet pianospelen zonder toonladders te oefenen. En bij taal, geschiedenis en aardrijkskunde moet, met de woorden van Van Dam ,,ook heel vervelend worden herhaald, in de kop gestampt en getoetst’’. Leren is niet altijd dolle pret en zonder discipline en concentratie bereik je nooit wat. Maar zit het hele leven zo niet in elkaar? Kalkman houdt niet zo van feiten en rijtjes. Dat kan. Maar het is een illusie te denken dat je zonder feiten en rijtjes kunt leren begrijpen. Zonder fundament staat elk huis wankel.
De nadruk op vaardigheden ten koste van parate kennis, de centrale positie van het kind en het ervaringsgerichte leren hebben met name binnen het basisonderwijs – maar niet alleen daar – vaste voet aan de grond gekregen, ook op christelijke scholen. De gevolgen kennen we inmiddels. Toch grijpen schoolleiders, managers en onderwijsinspecteurs niet in. Rara, hoe kan dat? Blijkbaar is de verleiding groot de misère te verdoezelen als je zelf medeverantwoordelijk bent. Het zou de zelfbenoemde onderwijselite sieren als ze de moed toonden haar falen onder ogen te zien en met rasse schreden terug te keren naar het klassieke leren. De bel heeft luid gerinkeld en het speelkwartier is nu echt voorbij.
H.Dijkgraaf schrijft dit artikel mede namens W.J. van Gent, D.H. Janse, C.A. de Niet, P.J. Speelman en G.P. Vonk, docenten in het voortgezet onderwijs, en namens B. Hoeve, directeur van een basisschool, en W. Visscher, predikant en bestuurslid in het reformatorisch onderwijs.
donderdag 3 mei 2007
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)

0 reacties:
Een reactie plaatsen